
In een grijs verleden bestond Zuidoost Friesland voor een groot deel uit onbewoonbare moerassen. Alleen op hoger gelegen zandgronden was bewoning mogelijk. Dat waren dan ook de plekken waar de eerste bewoners gingen wonen. In de loop van vele jaren was in de drassige gebieden veen ontstaan. Veen bestaat uit samengeperste plantaardige resten. In de Middeleeuwen ontdekte men dat gedroogd veen (turf) goed kan worden verbrand. Lange tijd, zelfs tot in het begin van de vorige eeuw, werd turf gebruikt als brandstof voor bijvoorbeeld het verwarmen van huizen. De vraag naar turf was groot, zodat met de winning en verkoop van turf geld kon worden verdiend.
In de tweede helft van de 16e eeuw is vanuit Heerenveen de vervening van Zuidoost Friesland begonnen. Rijke zakenlieden kochten de veengronden op. Er zijn daarbij samenwerkingsverbanden ontstaan zoals de Schoterlandse Compagnie en de Opsterlandse Veencompagnie. De eigenaren van de veengronden (verveners) namen arbeiders aan voor het afgraven van het veen.
Het winnen van turf was zwaar werk en het werd slecht betaald. Vaak moesten de arbeiders hun levensmiddelen ook nog tegen te hoge prijzen bij de verveners inkopen. Ook kwam het regelmatig voor dat de vervener een café uitbaatte en daar het loon aan de arbeiders uitbetaalde. Daarbij werd een deel van het geringe loon door de arbeiders ter plekke omgezet in alcoholhoudende consumpties, met alle gevolgen van dien. De veenarbeiders leidden vaak een miserabel en armoedig bestaan. Deze misstanden hebben bijgedragen aan de opkomst van het socialisme in Zuidoost Friesland.
Bij de vervening van Zuidoost Friesland zijn, met de schop, vaarten en wijken gegraven om vrachten turf per schip naar de plaats van bestemming te kunnen vervoeren. In de loop der tijden werden de vaarten en wijken door economische ontwikkelingen steeds minder gebruikt en voor een deel zelfs gedempt. Vanuit de pleziervaart ontstond in de zeventiger jaren van de vorige eeuw weer belangstelling voor de vaarwegen in Zuidoost Friesland. Stichting De Nije Kompanjons heeft zich ingezet voor de instandhouding en het opnieuw bevaarbaar maken van die vaarwegen. Dat heeft geleid tot de Turfroute.
Eens in de twee jaar zijn er, in de even jaren, de Turfvaartdagen in
Appelscha.
Dit grote tweedaagse evenement over de ambachtelijke beroepen
rond turfwinning en turfvaart vindt plaats bij de
Opsterlandse Compagnonsvaart.
Oude tijden herleven tijdens deze dagen: de tijd wordt een kleine
eeuw teruggezet.
Er zijn veel oude schepen aanwezig zoals
skûtsjes, pramen, tjalken, snikken, sleepboten en
opduwers.
En de vrijwilligers en standhouders dragen historische kledij.